Kerkfabriek Sint-Macharius Gent

De Heilige Macharius van Antiochië

De meeste kroniekschrijvers zijn het er over eens, onze parochieheilige kwam uit het nabije Oosten, namelijk uit ArmeniŽ naar Gent. Zijn oom en peter, ook Macharius, was de aartsbisschop van AntiochiŽ. Beiden stamden uit een zeer begoede familie van edelen (10de E na C).

In die tijd was het onder de edelen zeer gebruikelijk dat een familielid ook in een kerkelijke waardigheid, zijn ouder familielid opvolgde. Onze Macharius werd dan ook aartsbisschop in opvolging van zijn peetoom.

Volgens de kerkhistorici blonk onze Macharius in de beoefening van de christelijke deugden uit en leefde hij ondanks zijn rijkdom in armoede met de armen van zijn stad. Zijn ootmoedigheid werd algemeen geprezen.

Het Heilig Land riep hem en Macharius vatte samen met enkele gezellen een pelgrimstocht aan die hen door vijandig gebied voerde. Hij werd gevangen genomen door de Saracenen, gefolterd en voor dood achtergelaten. Maar een engel verzorgde zijn wonden, heelde hem en gaf hem te eten. Toen de grafdelvers zijn verondersteld ontzielde lichaam kwamen opeisen, predikte hij geduldigheid en nederigheid. Overtuigd door zijn wonderlijke redding bekeerden zich vele heidenen.

Na de heilige plaatsen bezocht te hebben, trok hij zonder doel verder en zoals de geschiedschrijvers zeggen: ďdaarheen waar zijn benen hem zouden brengenĒ. Na talrijke omzwervingen kwam hij in Beieren aan, waar hij predikte en het geloof verkondigde. Hij vervolgde zijn weg langs de toen gekende pelgrimsteden, passeerde Aken en kwam ten slotte in Mechelen aan.

Volgens de legende was er in die tijd in Mechelen een geweldige brand uitgebroken die de ganse stad bedreigde. Macharius, die in Mechelen was om de H. Rumoldus (Rombout) te vereren en van wie de reputatie hem was voorgegaan dat hij mirakelen kon verrichten, werd om hulp verzocht. Macharius kroop op een brandend huis, trok enige stropijlen uit het dak, stak ze aan, en voegde ze opnieuw als tegenvuur in het strooien dak in. De oorspronkelijke brand vond geen nieuw voedsel voor zijn alles verterend vuur, stopte en doofde uit. De stad was gered!

Hij zwierf verder rond, passeerde Kamerijk (Cambrai) waar hij in de Onze-Lieve-Vrouwekerk de heiligen vereerde. Daar werd hij door een overijverige koster na het avondgebed uit de kerk verdreven. Maar o wonder, ís morgens toen de koster het afgesloten kerkgebouw opnieuw wilde openen, zat Macharius geknield het Heilig Sacrament in de kerk te aanbidden.

Macharius, die de overdreven eerbetuigingen van de stad Kamerijk beu was, vluchtte naar Doornik, waar hij tussenkwam in een volksgevecht. Slechts gewapend met zijn pelgrimsstaf waarop een kruis was bevestigd, scheidde hij de vechtende partijen. De graaf van Vlaanderen, Boudewijn IV, bijgenaamd de (Schone) Baard, was voordien in deze missie niet geslaagd. De reputatie van Macharius als verzoener was daarmee definitief gevestigd.

Hij kwam uiteindelijk in Gent aan waar hij zich als pelgrim aanbood aan de Sint-Pietersabdij. Maar o schande, hij werd door de poortwachters niet herkend en Macharius trok verder naar die andere abdij in de stad Gent, de Sint-Baafsabdij. Daar werd Macharius met zijn 3 metgezellen door abt Erembold wel vriendelijk ontvangen en opgenomen in het dagelijkse monnikenleven.

Aan de door Erembold aangeduide kroniekschrijver, verklaarde Macharius dat hij aartsbisschop van AntiochiŽ in ArmeniŽ was, en helemaal niet patriarch van AntiochiŽ in SyriŽ. Daarmee is dan een eeuwigdurend misverstand definitief uit de weg geruimdÖ

In de Sint-Baafsabdij deed Macharius veel genezingen door besprenkeling van de zieken met water. De abdij en de monniken vaarden wel met een dergelijke genezer en weldoener, en breidden hun macht en rijkdom uit.

Maar Macharius had heimwee en wilde naar zijn geboortestad terug. De terugreis verliep niet voorspoedig en ondanks de wondere gaven van Macharius werd hij ziek. Hij moest in Laarne het bed houden. De monniken van Sint-Baafs eisten hun weldoener terug op en Macharius stemde met dit verzoek in.

Op zijn ziekbed krijgt hij ís nachts een visioen: de heilige Bavo en de heilige Landoald, samen met nog andere heiligen, bezoeken Macharius en genezen hem. Zijn heilige vroomheid wordt door dit wonder nog meer verspreid. Macharius houdt het gedurende 5 maanden nog vol in Gent, maar hij wil opnieuw naar zijn geboortestreek terug.

Het paasgebeuren loopt ten einde en Macharius draagt zijn laatste eucharistieviering op vooraleer hij vertrekt. De gelovigen zijn in groot aantal aanwezig, want niet alleen willen zij van de populaire vrome man afscheid nemen, maar zij willen ook bidden opdat de pest die in de stad woedt, hen niet zou overvallen.

En hier is de kroniek niet erg duidelijk: want ofwel was het paasgebeuren al ten einde, ofwel moest het nog afgerond worden. Maar volgende chronologie werd vastgelegd:

De 10de april 1012, op Witte Donderdag, wordt een driedaagse boete- en vastentijd ingelegd opdat de pest in Gent zou wijken. Rijk en arm, gezond en ongezond, groot en klein, iedereen houdt zich aan dit triduŁm.

Op 11 april 1012 overvalt de pest Macharius. Hij onderwerpt zich in gebed aan God en offert zijn leven voor het leven van de anderen op.

Op paasdag 12 april 1012, trekt een boeteprocessie door de stad. De hoge en de lage clerus, de notabelen van de stad, de gelovigen van Gent en omstreken, zijn boetvaardig en trekken in een geestelijke optocht door de voornaamste straten van Gent. Iedereen bidt, doet boete en smeekt opdat de pest aan hen en aan Gent zou voorbijgaan.

De monniken van de Sint-Baafsabdij waren overtuigd dat zij een gestorven Macharius na de processie zouden aantreffen. Zij hadden hem immers in stervensnood achtergelaten. Groot was hun verwondering toen de vrome man hen in de pandgangen tegemoet kwam.

Maar hun vreugde was van korte duur! Macharius deelde mee dat hij vandaag als zoenoffer nog zou sterven. Hij maande de monniken aan de leefregel van de heilige Amandus en de christelijke leer te onderhouden en na te leven. Deze boodschap moesten zij aan alle gelovigen verder uitdragen opdat Gods kudde altijd verder zou groeien en bloeien.

Macharius trok naar de abdijkerk en in de kapel voor het altaar gewijd aan de Heilige Paulus tekende hij zijn graf af. Hij gaf nog de beklijvende opdracht aan zijn reisgezellen om enkele lokken van zijn baard aan zijn moeder in AntiochiŽ af te geven. Dat deze vrouw toen nog leefde, is op zichzelf al een mirakel. De gemiddelde levensduur in die tijd was ongeveer 40 Ė 45 jaar.

Hij legde zich ter ruste op zijn strobed in zijn cel en overleed kort nadien.

Men wilde hem op de aangeduide plaats begraven. Maar een woeste bende van gelovigen, verteerd door verdriet en vervoerd door godsdienstijver, wilde de overledene nog een laatste maal zien, zijn handen en de zoom van zijn kleed kussen. Hun geloofsijver maakte een deftige begrafenis van de vrome man onmogelijk.

Op zijn graf werd een grafplaat aangebracht met volgend opschrift:

Hier rust
Macharius
Pelgrim en Aartsbisschop uit het Simeonsklooster van AntiochiŽ,
Die overleed in het jaar O.H.J.C. MXII, den X April.
Henricus zijnde Rooms Keizer, Robert Koning der Franken,
Boudewijn met den Baard, Graaf van Vlaanderen.

Zijn graf in de kapel was nauwelijks toegelegd, toen zich al een massa gelovigen aanmeldde om hem te vereren, want ter zelfde tijd van zijn graflegging, was de pest in Gent gestopt.

De volksverering nam hand over hand toe en iedereen drong bij Erembold aan dat hij de heilige verheffing van Macharius moest nastreven. Een eerste kroniek werd in 1014 neergelegd. In 1022 werd de nog niet gecanoniseerde Macharius aan de lijst van heiligen toegevoegd die de gravin van Vlaanderen aan de abt opvroeg.

In die tijd heerste er tussen de abdijen van Gent, Sint-Pieters enerzijds, en Sint-Baafs anderzijds, een enorme twist over het aantal en de geldigheid van de relieken die beide abdijen bezaten. Sint-Pieters ging zelfs zo ver dat zij de heiligheid van Macharius die in 1012 gestorven was, in twijfel trokken en een proef voorstelden die hierin zou bestaan dat zijn grafzerk, in hun tegenwoordigheid, vanzelf zou oprijzen.

Maar het was onder abt Sigis dat de heilige verheffing gebeurde in aanwezigheid van de bisschoppen van Noyon en Kamerijk. Op 9 mei 1067 werd de verheffing definitief bezegeld onder toezicht van Philip, Dauphin de France, Boudewijn van Rijsel, de graaf van Vlaanderen, met zijn echtgenote Adela, en hun zoon, Boudewijn van Henegouwen, en andere hoogwaardigheidsbekleders.

De stoffelijke resten werden uit het graf genomen en werden in processie gedragen en geplaatst op een altaar dat even buiten de Sint-Annapoort ook Hospitaalpoort genoemd (nu Dampoort) op de Sint-Lievensberg was opgesteld. Na een aanbidding werden de resten uiteindelijk opnieuw in het graf in de Mariakapel neergelegd.

Na de afschaffing van de abdij (1540) door Keizer Karel V, werden de resten naar de Sint-Janskerk (nu de Sint-Baafskathedraal) overgebracht.

De wonderen die toegeschreven worden aan Macharius zijn talloos. De verering van de heilige man duurde blijvend voort.

In Gent werd een pesthuis met de naam Huys van Sente Macharius in 1582 ingericht.

De stadsmagistratuur van Bergen verzocht in 1615 de Gentse magistratuur om de relieken van Macharius toen hun stad door een grote volksziekte werd getroffen . Toen de ziekte was gestopt, dank zij de tussenkomst van de vrome relieken van Macharius, toonde de Stad Bergen zich dankbaar. Aan Hugo de la Vigne werd de opdracht gegeven om een zilveren reliekschrijn te maken. De stad Bergen bracht de relieken van Macharius in dit kostbaar schrijn naar Gent terug.

En in 1835 beval de Gentse magistratuur dat een pijp met een pomp moest geÔnstalleerd worden die het water uit de put van Macharius vervoerde naar de huidige Machariuskerk, in het rechts voorportaal. Deze pomp bestaat nog altijd, hoewel een stevige reparatie geen kwaad zou kunnen.

Pascal De Wulf, Sijsele 30.03.2012

Bron: Het boekje van Sint-Macharius, verhaal van zijn leven, dood en verering, Gent 1867 (Gent, Drukkerij F. Van Hage, Brusselse straat 8) bewaard in de archieven van de Rijksuniversiteit Gent.

Een pdf-versie met eindnoten kan hier opgeladen worden.

machariuskerk

Machariuskerk

waterput

Machariusput

machariusreliek

Machariusreliek

macharius affiche

Macharius Affiche

macharius oostmeers brugge

Macharius Brugge

macharius Papegem Kapellekensbaan

Macharius Papegem Kapellekensbaan

macharius Papegemkerk

Macharius Papegemkerk

macharius Laarne

Macharius Laarne

macharius Gent

Macharius Sint-Baafs

macharius Gent

Machariusvenster

machariusaltaar Laarne

Machariusaltaar Laarne

machariusbrandraam Sint-Servaas Brussel

Macharius Brussel

machariusbeeld Kortenbos

Macharius Kortenbos

machariusretabel

Machariusretabel Gent

© 2011 Mijn-eigen-website.nl